Tovenaar

6 tips om de peuterpuberteit te overleven

Ieder kind ontwikkelt zich anders, maar er zijn weinig tweejarigen die de peuterpuberteit overslaan. En ja, daar hebben wij maar mee te dealen. Gelukkig is er hoop, én houdt het een keer op.

Niet mijn kind

Ach, de supermarktscène met een peuter. Iedere ouder kent ‘m. En wie nu meewarig reageert, zal ‘m binnenkort voor de kiezen krijgen óf liegt glashard. Hoewel mijn zoon geen temperamentvol type is, lag ook hij wel eens als een zeester voor het fruitschap, boos om niets. Ik keek dan om me heen, koos een positie verderop bij de groente en wachtte daar tot het voorbij was, hopende dat voorbijgangers mij niet als zijn moeder zouden aanwijzen. Als een mens zich in het nauw gedreven voelt, zijn er namelijk slechts twee opties: fight or flight. En flight bleek verreweg de beste optie. Want ging ik de strijd aan, dan was het hek pas echt van de dam.

Oneerlijke strijd

De reden hiervoor is simpel: er is in dit soort situaties geen sprake van een eerlijke strijd. De tegenstander is immers waarschijnlijk niet ouder dan twee: de leeftijd waarop de peuterpuberteit aanbreekt. Het woord ‘nee’ doet zijn entrée, er zijn woede-aanvallen, er worden grenzen opgezocht -en dat allemaal omdat jouw kind zijn eigen ‘ik’ aan het uitvinden is. Hartstikke leuk en aardig, maar jij moet weer een schoen ontwijken waar je net met veel moeite een peutervoetje in hebt geschoven. Weet dan: dit houdt op. Nog voor het vierde levensjaar. En tot die tijd is er genoeg om wat leed te voorkomen én te verzachten.

Tip 1: Voorbereiding is alles

Kinderen vinden het niet prettig als de boel plotseling wordt omgegooid. Bijvoorbeeld als ze aan het spelen zijn, en jij roept dat jullie naar buiten gaan. Ho wat, schoenen aan? En daar gaat het schoeisel al. Bereid je kind dus zo vaak mogelijk voor op jullie acties. De zin ‘Nog even spelen en dan gaan we eten’ voorkomt dat jij straks een bord pasta staat op te vegen.

De zin ‘Nog even spelen en dan gaan we eten’ voorkomt dat jij straks een bord pasta staat op te vegen.

Tip 2: Toon begrip

Peuters, het zijn net mensen. Ze willen begrepen worden, en dat moet jij ze laten voelen. En ja: dan hoor je jezelf dingen zeggen als ‘Ik snap dat je de pot augurken niet wil loslaten’ of ‘Vertel mama eens waarom jij aan die fietsband wil likken’.

Tip 3: Voorkom ‘nee’

Geen zin in weer een ‘nee’? Omzeil ‘m door je vraag of opmerking anders te formuleren. Niet: ‘Ga eens eten’ maar: ‘Wat wil je eerst: wortels of aardappels?’

Tip 4: Pick your battles

We schreven het hier al eerder: het heeft niet altijd zin om vol op je strepen te blijven staan. Bedenk bij een woedeaanval of het je de energie waard is. Bijvoorbeeld als je dochter wéér die ongewassen glittertrui aan wil. Heb je goed geslapen? Heeft er iemand pijn? Is het antwoord ‘nee’: laat het dan vooral zitten.

Tip 5: Zorg voor afleiding

Je kent je kind als geen ander, dus je ziet de bui vaak wel aankomen. Gooi het, net voordat het stoom uit de oortjes komt, snel over een andere boeg door je kind af te leiden. Barst in zingen uit, spot razendsnel een vuilniswagen of iets anders op wielen, wijs naar vogels of laat wat homevideo’s zien op je telefoon. En ga pas weer door tot de orde van de dag als de donkere wolken echt uit beeld zijn.

Tip 6: ‘Deze bui komt nooit meer terug’

Misschien was het je troostende mantra tijdens de bevalling: deze wee komt nooit meer terug. Gebruik ‘m ook als je kind, ondanks alle voorbereidingen, toch weer de bocht uitvliegt. Deze bui gaat over. En dan komen er nieuwe buien, maar ook die gaan over. En ooit, echt waar, komt de laatste peuterbui. En daarna lachen we erom. Héél hard.

Nienke Blokhuis (34) woont in Amsterdam met Stijn (36) Is (4) en Gidus (1).

Ook eigenwijze peuters moeten binnenkort naar de basisschool. Maar hoe kies je die? Weet je soms even niet meer hoe je een crisismoment doorkomt? Geloof ons, later lach je om deze 6 situaties.

Hoe voel(de) jij tijdens een donderende peuterbui?

Loading ... Loading ...